We shall overcome

Vandaag heb ik min of meer het volgende meegemaakt, hier in Peru.

Alhoewel, ik moet me al meteen corrigeren: het is me eerder overkomen.  

Het woord meemaken heeft de schijn dat je zelf veel actiefs in de pap brokt, de mens als beschikker van zijn eigen lot, als middelpunt van een wereld waarin hij naar hartenlust wat kan keuteren en zo wat dingen kan maken, lekker rationeel, zo hebben we het liefst. Maar zo bedoel ik het niet, zo ver hoeft het trouwens ook niet te gaan, want dan zouden we het al bijna over Descartes moeten hebben (wat we niet willen)


En baaf, al meteen mijn rode draad kwijt...Sterk

Juist, dat me het volgende overkomen is.

Enkele weken geleden vroegen Rocio en Armando (van de familie die in het huisje knal naast de school woont) of ik geen padrino de corte cabello wilde zijn van Yesmin, de jongste spruit van nog steeds uitdeinende familie. Ik liet de woorden even tot me doordringen en vertaalde in mijn hoofd.  Peter van haar knippen. Begreep ik niet.

Daarna legde Armando het principe uit. Yesmins haar is sinds d’r geboorte nog nooit geknipt. Hetgeen meteen ook de lengte ervan verklaarde. En de eerste keer dat de lokken er dan af gaan, wordt er een feestje gehouden en worden peters en meters uitgenodigd.


De vermaledijde Inca’s (zij weer) hadden dit concept indertijd bedacht,  zo vernam ik later, en zeker in de rurale gebieden van Peru wordt deze traditie nog in ere gehouden. Mooi toch?


Goed, bon, soit. Het klonk ook wel neig, “padrino de corte cabello” en Yesmin is te schattig voor woorden, en ik hield van haar familie, en zo enorm veel sociale activiteiten (laat staan vrienden) heb ik hier niet, en een feestje is altijd tof. Dus zei ik dat ik heel graag padrino de corte cabello van Yesmin wou zijn.


Wat later, toen ik mijn nieuwe titel enthousiast deelde met Rosa, keek ze me aan alsof ze het in Keulen zag knetteren. Ze vroeg me of ik wist wat het exact betekende, haarpeter zijn. “Knippen en een feestje”, zei ik. "Nope". Plata.  Geld.

Blijkbaar was de versie van Armando de simpele versie en was de meer precieze traditie dat dit soort Padrino niet alleen in schoenen en een stralend nieuwe outfit voor het kind voorzag, maar ook het volledige feest sponsorde, het eten voor de talrijk uitgenodigde goegemeente, en tenslotte per afgeknipte haarstreng nog eens een flinke duit in het zakje deed. “Reken maar op 180 dollars minimum”, zei Rosa, hoofdschuddend om zoveel onwetendheid. 

Shit. Daar was ik even goed genaaid. 

Handig wel, bedacht ik daarna, iemand onder het verstuiven van een goed gevoel tot Padrino de corte cabello uitnodigen (en je weet dat weigeren gênant is). 

Bij deze, voor de mensen: pas op voor Peruviaanse uitnodigingen voor haarpeters of –meters!

En ik die dacht als verrassend extraatje nog met een of andere barbieachtige pop ofzo af te komen, als in “dat had je echt niet hoeven doen hoor jongen”.

Mijn drama was dat ik al toegezegd had. Ik kon toch moeilijk zeggen dat ik het niet meer wilde zijn, puur omwille van het geld. Want omdat ik blank en Europeaan ben, heb ik geld. Dat lijkt een beetje een wet in Latijns-Amerika. En dat klopt enerzijds helemaal niet en geeft vaak aanleiding voor tegenstribbelende argumenten. Maar dat klopt anderzijds ook helemaal wel. Zeker vanuit de realiteit van een huisje met 2 kamers voor 7 mensen en een 8ste (waar is die pil, die kalendermethode of die fucking condoom als je hem nodig hebt!) op komst.

Dus, bon, een interessante kwestie. Wat zou Descartes hierover te zeggen hebben?

Ik kon, denk ik, nog wel 150 euro’s missen, maar dat is, zeker in deze economie, een bom geld. Een maandloon van de ouders van Yesmin. Te spenderen aan een feest en opsmuk. Dat laatste was een beetje de essentie van mijn gedachtegangen erover, denk ik. Het leek me Van God Los om 150 euro zo inefficiënt te gebruiken, te verbrassen. Gebraden kip, brolmuiltjes en een kleedje die de wildebras Yesmin maximaal een week zouden overleven, dat alles overgoten met vuurwater en bier (als om te zeggen: vooruit maar met dat gelal, doe maar lekker op met dat alcoholprobleem hier in deze buurt)

Soms knettert het in mijn kop als mijn ontwikkelingswerkende kant lucht krijgt van hoe verschillend geld wordt gebruikt, wordt ingezet in Patron San Sebastian. Deze kant is zo’n beetje van het type “eerst brood, dan pas Chinees kamikazespeelgoed met afstandsbediening”.

Of “eerst een min of meer leefbare woning, en dan pas drinkspelletjes met carnaval”.  Zoals het me deze ochtend overkwam, met een druipende verfborstel uitkijkend naar de buren van de Jardin.


Of “misschien je niet elke avond lazarus zuipen, maar dat geld in een speciale spaarpot steken en als je op die wijze van 1000 katers bespaard bent gebleven, en je vrouw van 100 blauwe ogen en dure pleisters en verzorgende balsems, blijkt je dochter plots naar de universiteit te kunnen gaan en misschien de vicieuze cirkel van armoede te kunnen doorbreken”.


Maar gelukkig heeft mijn kop niet enkel uit een ontwikkelingswerkende kant. Kan je trouwens bitter weinig mee. Naast het feit dat je je als een louche Jezuiet voelt, werkt het vaak ook stomweg niet.

Gelukkig is het dus niet zwart-wit. Gelukkig zijn er heel wat zonnige, grijze tinten.

Bon, hoog tijd om de rode draad weer op te pikken. De peter-van-het-haar die me in mijn maag zat.

Een poosje geleden bleken de kinderen, onder leiding van mastermind Braulio, heel wat speelgoed van de kleuterschool...euhm... in bruikleen genomen te hebben. Zonder te vragen. Vooral Rosa kreeg het hiervan witheet. “We hebben hoegenaamd geen budget voor speelgoed, en senor Braulio mag verdomme gratis wonen naast de Jardin. Je geeft ze een vinger en voor je het weet rukken ze je been af”. Zoiets. Ze had natuurlijk gelijk.

Maar het diefstalletje (het woord is gevallen) had anderzijds ook iets diep menselijks en totaal begrijpelijks. Je woont naast een kleuterschool die (in jouw ogen) bulkt van het speelgoed, van puzzels, poppen, zelfs een go-car. En je hebt zelf  enkel een platte voetbal, een uitgedroogde stift, een half kleurboek, en 2 met modder besmeurde autootjes. Een snoepwinkel naast de deur.
De tranen en snottebellen van de 3 betrapte boefjes waren tragisch. En komisch.  En logisch. En tragisch. En komisch. En totaal te begrijpen. Maar niet goed te praten. Of toch goed te praten? 

Sommige dingen overkomen ons, denk ik, eerder dan we ze actief meemaken. Je waait zo maar wat mee, op een idee, op een gevoel, een open raam in, een kast vol speelgoed in.

Gevolg was wel dat ik ze niet meenam om te gaan zwemmen (als straf) en dat ik onuitgesproken uitstel kreeg van de hete en dure patat van mijn nakende peterschap.

Tot eergisteren. Rocio vroeg me of ik de volgende dag wilde komen naar het feestje van Yesmin, om haar haar te knippen. Ik voelde de dreiging naderen en ik maakte me klaar om op mijn paard te gaan zitten. Daarna zei ze, voorzichtig, empatisch, op een toon die ijsrotsen op Antarctica doet smelten: “maar je hoeft helemaal niets mee te brengen, of te betalen, als je niet wil, je bent helemaal vrij om te doen wat je wil, het is enkel met ons gezinnetje, en we zouden het heel tof vinden als je kwam, maar je hoeft echt echt niets te betalen als je niet wil”.

Rocio. 8 jaar. Hoe kijk je dan? Ik zei dat ik heel graag zou komen, dat het me een eer zou zijn om padrino de corte cabello voor haar zusje te zijn, ik had toch niets te doen zondagavond.


De dag nadien kocht ik 3 puzzels en 2 poppen voor mijn nieuw haar-petekindje.

Ik knipte haar haar (“kort, kort, kort”, grijnsde haar vader, “maar niet als een jongen” wierp Yesmin verschrikt tegen), de kerk daarbij zo goed mogelijk in het midden houdend, gisterennacht hun minieme huisje. 

Yesmin was verrukt over de cadeautjes en riep minstens 3 keer “hoe mooi!”. 







Ik kreeg thee en gebraden kip. Als enige. 










Ik gaf daarna een enveloppe met 100 soles (30 euro) aan de hoogzwangere moeder.














Daarna liep ik naar huis, in de nacht.

Daarna liep ik verderop in de buurt voorbij een feest, waarbij stomdronken indigena's traditioneel dansend een drinkgelag ter ere van carnaval hielden.

Daarna trof ik de zwaar zieke man die de momenteel de tegels van de school legt, in hoogst beschonken toestand en zag ik de gegeneerde, bange blik van zijn vrouw. 

Daarna, in Cusco, in mijn buurt, zag ik een dronken man die zijn vrouw afroste op straat. Ik wilde tussenbeide komen, maar een jongen ( de zoon?) die zijn moeder beschermde, zei dat het niet nodig was.

Daarna struikelde ik over een uitstekende kassei en verzwikte mijn enkel.


En vandaag nam ik Yesmin na het werk mee naar de kapper, om mijn schade te herstellen. 

Ik verzekerde haar dat ze niet op een jongetje leek.


Waar sommige dingen over kunnen gaan op een bouwwerf

Vandaag heb ik de hele voormiddag oude spijkers opgeraapt en in een emmer gegooid. 



Op die wijze had ik tegen de middag 2 emmers vol spijkers bijeen gezameld. Alhoewel, dat klopt niet helemaal: tussen de spijkers zaten ook occasionele stukjes ijzerdraad alsook enkele metalen staafjes in de emmers. Maar dus hoofdzakelijk spijkers. Van het verroeste type, vaak krom geslagen en vaak half in cement gedoopt. 

En daar zou ik het vandaag graag even over willen hebben.

We zijn al een poosje bezig de school aan het verbouwen. We, dat zijn dan de werklui die wij, dat is dan Helping Hands Cusco, aangesteld hebben om de school daadwerkelijk te verbouwen. 

Zo komt er boven op de eerste verdieping (die hier in Peru steevast 'de tweede verdieping' genoemd wordt, het gelijkvloers is in Peru namelijk ook een verdiep en daar valt ergens wel iets voor te zeggen, tenzij we het al te taalpuristisch willen spelen, iets wat we zeker niet willen noch zullen doen, aangezien hiervoor hier in Peru noch de tijd noch de energie voorhanden is, kortom, wie is wie om de ander (on)gelijk te geven, maar dit alles uiteraard terzijde) een tweede (of 3de) en derde (of 4de) verdieping en afronden doen we tenslotte, als klap op de vuurpijl, met een puntvormig dak en daaronder nog een zolder (of vierde (of 5de) verdieping). 

Tenzij de sky alsnog niet the limit zou blijken, blijft het daar voorlopig bij.



----We hebben vooralsnog geen idee waar deze jongen met dit verhaal naar toe wil, maar worden als lezer wel al enigszins geprikkeld, misschien omdat het erop lijkt dat het geen typisch reisverhaal zal te worden. Spijkers? We gunnen hem het voordeel van de twijfel en lezen rustig verder----

Mario, mijn chef, die ik ook vaak grinnikend aldus aanspreek, was samen met de gebroeders Armando en Braulio de boel wat aan de kant aan het maken. Want tussen de houten steunbalken, die de nog niet volledig gestolde constructie onderstutten, lag het 3 hoog vol cementpuin, stukjes baksteen, hout-mysteries en zwervend afval. Dat dus opgeruimd diende te worden.



Braulio en Armando komen uit een gezin dat niet meteen welgesteld genoemd kan worden. Sinds enkele weken, ik merkte het tijdens het schrijven van teksten, lukt het me niet meer goed om het adjectief "arm" te gebruiken om situaties hier te omschrijven. 
Waarom weet ik niet zo goed. 

Misschien heeft het boek "Een dollar per dag" er wat mee te maken. Dit boek doet een moedige poging om de thematiek van armoede uit te spitten, haar raadselachtige mechanieken, tegenstrijdigheden en soms nauwelijks hoorbare communicerende vaten zo bloot mogelijk te leggen. 
Misschien heeft het boek er niets mee te maken.

----We hopen als lezer stilletjes dat zo niet de clou van dit verhaal, dan toch een eerste afslag, een eerste ingeslagen deur richting die clou, aan de horizon verschijnt, een houvast waarop we verder kunnen bouwen----

Mario riep de jongens bij zich. Braulio nog steeds aangenaam hyperactief en met vertrouwde open broeksrits die steeds zo in het oog springt dat je enkel kan concluderen dat zulke onbenulligheden hem al lang niet meer kunnen schelen. Armando al wat puberend, wat dromend, wat slungelend. Of ze niet wat geld wilden verdienen. De jongens spitsten hun oren. 


Ondertussen stond ik bakstenen te tellen om in te schatten hoeveel we er nog extra moesten aankopen voor twee voorlopig nog onbestaande muren. Een beetje zoals wanneer je een feest geeft en hoopt dat je net genoeg hebt voor iedereen zodat je a) wat geld uitspaart en/of b) niets moet weggooien en/of c) niet de ganse week nadien merguez-worstjes en tomaten moet eten.

Schijnbaar was er een lokale voddenman die per kilo ijzer 30 centavos gaf, ongeveer 8 eurocent. Mario moedigde de jongens aan om spijkers en ijzerdraad te zoeken in de verdiepingen vol puin en deze op te rapen. Zo konden ze, afhankelijk van hun eigen energie en goesting, een cent bijverdienen. Akkoord, een fortuin zouden ze er niet mee binnenrijven, maar ze konden op kleine schaal misschien een eigen broodje verdienen. De jongens begonnen hierop wat rond te drentelen, wat verdiepingen op en aan en raapten hier en daar een toevallige spijker op. Als ik het goed hoorde zei Braulio "dat je super veel kilo's moet hebben om iets te verdienen".


Terwijl ik uitrekende dat we nog 1132 extra bakstenen moesten aankopen, bedacht ik dat het genie van  Mario op deze manier de ondernemingszin, het initiatief van de jongens wilde stimuleren. Dat er opties zijn. Vaak liggen ze niet zomaar voor het oprapen, soms moet je een beetje zoeken, ze willen zien en ze dan oprapen. Zoals met roestige spijkers op een bouwwerf. 






----We merken als lezer een doorbraak in het verhaal  (eindelijk) en vermoeden verder dat er aan metafoorvorming gedaan wordt. Dat een spijker in dit verhaal misschien voor meer staat dan zomaar een ijzertje op iets mee vast te maken. Dit triggert ons om verder te lezen----

Plots, en nu wordt het misschien wat vreemd, wilde ik kost wat kost ook spijkers beginnen te verzamelen. Ik kreeg het niet meer uit mijn hoofd. Zag ze plots ook overal liggen. Zoals plastieken bekertjes op een festivalweide. De hele godvergeten bouwwerf leek vol te liggen met verroeste spijkers. Overal waar mijn oog viel zag ik er liggen, soms verscholen in wat cementpulp of onder een onbestemde balk. Het waren er massa's. 




Ik haalde 2 emmers en ging aan de slag. Flirtend met het randje der zwakzinnigheid, zo moet het geleken hebben, een bezeten voorovergebogen Quasimodo, grits grits grits, maar integendeel, niets was minder waar: ik was zo bewust als een kip die haar ei uitbroedt bij stormweer.

Ik begon na te denken in economische termen en uit te rekenen hoeveel één spijker waard was. Hoeveel het oprapen van 1 spijker opleverde voor onze organisatie. Hoeveel het waard was om die ene spijker niet te negeren maar in de emmer te knallen. Aangezien ik geen idee kon vormen over het gewicht van een spijker, liet ik deze boot al snel passeren.

Ik begon na te denken over spijkers als metaforen. Spijkers als kansen, opraapbaar. 




Ik vroeg me af of het zinnig was wat ik deed, aangezien het bitter weinig opleverde, een schamele 8 eurocent per kilo. Hoeveel spijkers heb je nodig voor 12,5 kilo, en dus 1 euro? Zou ik op 3 uur een euro kunnen inzamelen? Kon ik niet beter een projectaanvraag schrijven? Of de gordijnhangers repareren?

Ik bedacht, nee, omgekeerd, dat het misschien enorm zinnig was wat ik deed. Dat het feit dat ik spijkers opraapte ook een symbool was, een tweede metafoor, ditmaal de focus op het oprapen, het doen, eraan beginnen. Niet alleen voor Braulio en Armando, ook voor mezelf, of anderen. Begin eraan, boy.  

Ik vond het ook enorm leuk. 
En de emmer groeide. 
Het had dus zin.
En ik bleef spijkers vinden.



Ik vroeg me af of ik misschien iets wilde bewijzen. Dat ik niet te beroerd was om dit soort werk te doen. Dat ik misschien stiekem hoopte dat iemand uit de buurt zou zeggen "wow, die Kwin, die Europeaan, die Gringo, voelt zich niet te goed om vuile verroeste spijkers op te rapen op een bouwwerf"


En ondertussen bleven mijn handen spijkers spijkers spijkers grijpen. Sommige moesten uit het beton gebroken worden. 









Enkelen lagen gevaarlijk dicht bij de rand. 

Ik vroeg me af of ik misschien als Europeaan een schuld wilde inlossen. Mijn Europese erfzonde omzetten in spijkers rapen, laag bij de grond, iets waarvoor zelfs Braulio-zonder-zakgeld-en-met- gaten-in-elke-T-shirt half zijn neus ophaalt.

Wat die Europese erfzonde betreft, die verduidelijk ik hier graag even: ik had de avond voordien in een belangrijk boek van Galeano gelezen dat Europa's Industriële Revolutie hoofdzakelijk kon plaatsvinden door de gigantische winsten uit de aanvoer voor- en het rendement van- Afrikaanse slaven op bodem-verwoestende suikerplantages in Latijns-Amerika, waardoor woekerwinsten per schip naar Europa terugkeerden en geïnvesteerd werden in de productie van dingen als de stoommachine. Hetgeen de Industriële Revolutie veroorzaakte. En Europa rijker maakte. En België. En sociale zekerheid opleverde, terwijl andere continenten wegzakten. Ik zag tijdens het lezen mijn paspoort voor me, opgebouwd uit goud en rietsuiker uit Latijns-Amerika en slaven uit Afrika en, maldicion, ik schaamde me rot.

Ik vroeg me af of het ook niet iets artistieks had, wat ik aan het doen was. De schoonheid van de zinloosheid. Trauerarbeit, ofzo. Het lovenswaardige idee van een steen verleggen in een rivier, maar (vermits 8 cent en niet zo snel een kilo) eerder een zuchtje wind die de steen even streelt, maar niet verlegt. En je daar bewust van zijn. En het dan toch doen. 



Braulio en Armando waren ondertussen aan het borstelen. Wat later gingen we allemaal chips en koekjes kopen in het lokale winkeltje, hetgeen ook het einde van de spijkers betekende, en de gedachten erover en de gevoelens erbij.


---- En we blijven als lezer met vele vragen achter, maar appreciëren de inkt----
















Atahualpa, de kerstman en de groep die het vertikt

De afgelopen 2 weken


Heb ik kerstman/Papa Noel gespeeld voor een 20-tal vijfjarigen die afstuderen van de Jardin San Gabriel, alsook voor hun ouders, die stevig bleven wegkieken. Ze waren zo trots en de stemmig was zo vrolijk dat ik besloot aan niemand te communiceren dat ik amper kon ademen door de minuscule ooggaten, dat ik zweette als een otter, dat ik plekken begon te krijgen op onbetamelijke plaatsen en dat een pasgeboren Jezus dit nooit zo gewild kon hebben. 


Gesteld dat ik al kon communiceren, want, zoals gezegd, ik beschikte enkel over ooggaten. 




Dus zwaaide ik wat weg en beschouwde het als een ervaring.






Besefte ik achteraf, bij het kijken naar de foto's, dat er 3 groepen kinderen hadden deelgenomen aan het afzwaai-kerstfeest:

- Groep A: Zij die in hun alledaagse outfit, sjofel en vuil, gekleed zoals altijd (op school, op straat, in bed,..) al vanaf het prille begin van de hyperactieve partij waren, rondhossend en graaiend naar koekjes en ballonnen, dezelfde dagelijkse ratrace met geld noch energie voor enige chique of protocol






- Groep B: Zij die opgemaakt als Habsburgse schonen wat later, fashionably late, kwamen, met gehuurde kleren, krullen en make up, gestyled door trotse moeders, net geen traan wegpinkend, want de dochter kreeg haar diploma uitgereikt, was de dure, eenmalige investering helemaal waard


-Groep C: Zij die hun uiterste best hadden gedaan om met beperkte middelen toch een zo chique mogelijk resultaat neer te zetten, met geïmproviseerde forentrucjes, een wit omslagdoekje hier, een vlechtje of wat treurige schmink daar. Het mocht moeite kosten - hun kind studeerde af, dat was wat, dat is wat-, maar geen geld, want dat was er niet. Te trots om zich bij groep A neer te leggen, maar onmogelijk tot groep B behorend. Een moedige, verbeten tussenzone, eenzaam ook, de tanden op elkaar, proberen te herinneren dat het goed is om ze dagelijks te poetsen, dat het de investering waard is, het laat je beter lachen met mopjes van een kerstman.

Mocht ik gemakkelijk tranen laten, ik zou ze laten om groep C. Maar ze zouden niet eenduidig zijn, ze zouden ook een glimlach bevatten. Ofzo. Zoiets.

Ben ik met Rocio voor haar verjaardag schoenen gaan kopen op de lokale santenmarkt. Omdat ze de verkoopster ontroerde gaf die haar 1 paar roze extra gratis. Rocio woont samen met haar ouders en 4 broers en zussen in het blauwe huisje naast de school, het hutje dat we enkele jaren geleden bijeengetimmerd hebben, soms een tikkeltje bric-a-brac, want van huizen bouwen hadden we niet teveel kaas gegeten. Maar kijk, het staat er nog, en doet dus dienst voor een ganse familie, die wegens financiële mierda nergens anders terecht kon. Het moet vernederend zijn, om bij de gratie van de directie in een school te wonen, en andere kinderen vanuit je sleutelgat in je tuin zien spelen en te beseffen dat het je tuin niet is, ja, dat moet vernederend zijn.




"al die kinderen" zei O' Hare
"en die zullen wel allemaal naar waardigheid verlangen" zei Billy Pilgrim
"dat zal wel" zei O' Hare (Uit: De Kinderkruistocht- Kurt Vonnegut)

Zorgden we ervoor dat Helping Hands Cusco, via Helping Hands België (een feitelijke organisatie die voorlopig enkel bestaat uit mezelf, maar geïnteresseerden mogen hun CV sturen), vanaf heden in België giften fiscaal aftrekbaar kan laten maken via Via Don Bosco vzw (Leopold II laan 195, 1080 Brussel) en dit via hun rekeningnummer BE84 4358 0341 0159 met vermelding "5265 Cusco School San Gabriel". Het moet van het Ardennenoffensief geleden zijn dat er nog zo'n internationaal succes behaald werd. 



Kan ik voor het eerst in 2 maanden een volwaardig balletje trappen, elke donderdag op een synthetisch voetbalveld met een verwelkomende Fransoos en een bende heethoofdige "beter niet deelnemen dan verliezen" Peruvianen. Aangezien de taferelen zich afspelen op 3500 meter hoog, zal ik de eerste maand nog wat moeten oefenen op het happen naar adem. Dat en het niet persoonlijk opvatten als een Peruviaanse ploegmaat me op scheldwoorden trakteert na een overmoedige kamikaze-solo.

Las ik gisteren, alsof de duivel ermee gemoeid was (en dat was hij in zekere zin ook) knal op het centrale plein van Cuzco, in een boek het volgende:

"Voordat Francisco Pizarro de Inca Atahualpa gewurgd en het hoofd afgehakt had, ontfutselde hij hem een losgeld dat bestond uit gouden en zilveren draagbaren...' Toen ging hij op de stad Cuzco af. Zijn soldaten dachten dat ze de stad der Caesaren binnenkwamen, zo oogverblindend was de hoofdstad van het Inca-rijk, maar ze aarzelden niet lang eer ze de zonnentempel gingen plunderen: 'Duwend en vechtend en terwijl ieder probeerde voor zichzelf het leeuwendeel van de schat te pakken te krijgen, vertrapten de soldaten in hun maliënkolders de sieraden en de beelden, schopten tegen de gouden gebruiksvoorwerpen of sloegen er met hamers op om ze een gemakkelijker hanteerbaar formaat te geven...Ze gooiden de hele schat die in de tempel lag in de smeltkroes om er staven van te maken: de platen die aan de muren gehangen hadden, het verbijsterde smeedwerk van bomen, vogels en andere dingen uit de tuin."

Soms kan een plein je een opdoffer verkopen. 

En nog vele andere dingen. 







Vermits

Vermits het zondag was, had ik een vrije dag. 
En vermits ik al eens graag een frisse neus haal, zeker nu ik veel van mijn laatste tijd achter een computer slijt om plannen te schrijven met oog (hoop) op het verbeteren van een schooltje hier aan de overkant van het dal van de stad die ook de Navel van de Wereld genoemd wordt (Cusco), en woorden alleen niet genoeg zijn, ging ik daarnet ook daadwerkelijk een frisse neus halen op de berg hierachter, waar een standbeeld van Christus staat, vlak bij een heilige site van de Inca's, Saqsayhuaman (je kan het onthouden door aan een sexy woman te denken). 
Zo gaat dat.




Vermits m'n neus al aardig rood (verbrand) was en dit een teer punt is voor m'n zelfwaardegevoel en de zon weer genadeloos brandde en een verwittigd man er twee waard is, smeerde ik alvorens te vertrekken naar de Christus een flinke laag blinkende factor 50 op/ rond de middelste regionen van m'n gezicht. 
Vermits ik vooraf diep vanbinnen wel wist dat het zou gaan regenen, het was namelijk regenseizoen (de naam zegt het zelf), en ik vooraf de dreigende wolken wel zag hangen, maar omdat het niet zo moeilijk was deze te negeren omdat dat dat m'n wereldbeeld beter uitkwam, negeerde ik ze. 
Zo gaat dat.



Vermits het net toen ik boven aan de Christus kwam niet alleen begon te regenen, maar ook te hagelen en ik enkel een belachelijk pulletje aanhad en me aldus genoodzaakt zag om in kleuterhouding onder een schrale struik, die 1/4 van de regen en hagelballen tegenhield, te schuilen, lachte ik eerst als een boer met kiespijn. 
Maar vermits ik me toen herinnerde wat enkele Peruvianen me hadden gezegd: dat het regenseizoen dit jaar niet alleen een dikke farce, maar ook een regelrechte ramp was, dat het niet genoeg regende, slechts een uur of 2 ofzo, op een goede dag, en dat dat betekende dat de gewassen niet groeiden en dat de prijzen stegen, dat er volgend jaar meer armoede, zelfs hongersnood, ging komen, vermits ik me dat dus tussen de donder, kiespijn, regen en hagel, vanonder mijn zielige struik herinnerde, verdween de kiespijn, en liep ik met een oprechte grijns en wat gefluit terug, plets plets plets, door de plassen naar beneden, terug naar m'n appartementje, want ik had ook plots goesting gekregen om wat te schrijven. 
Zo gaat dat.




Vermits ik het doorgaans neig vind in Latijns-Amerika, neiger dan bv. alleen op een studio in Leuven, en ik 3 jaar geleden op een sympathiek project stootte hier in Cusco, waarbij ik het neige gevoel kreeg dat ik van tel kon zijn, en dat egoïsme en altruïsme perfect samen kunnen gaan, net zoals bv. Nutella en schijfjes banaan, en vermits ik nog niet echt kinderen te voeden, een echtgenoot te beminnen of een huis af te betalen heb, bevind ik me terug hier in Cusco, in de hoop een steentje te produceren dat tegelijk ook iets kan bijdragen. 
Vermits ik Europeaan en gevoelig ben, en van Bill Clinton geleerd heb dat werk en privé best gescheiden blijven, besloot ik nogal snel om een eigen appartement te huren, aan de andere kant van de stad, in San Blas. 
Zo gaat dat.



Vermits de kinderen van de kleuterschool uit arme families komen en (hierdoor) een hoog percentage van hen affectieve en-of gedragsproblemen, slechte tanden en ouders zonder geld heeft, is het inschrijvingsgeld zo goed als gratis, stormen ze vaak in een gigantische groepsknuffel op je af, boksen/stampen/pitsen ze soms andere kinderen, en mij ook soms, zijn ze blij als je ze in de lucht te zwiert en zegt dat ze Spiderman of (laat nog) een vlinder zijn, en heeft enfant terrible Raymi me al in m'n gezicht gespuwd. 
Maar vermits niet alle problemen kunnen worden opgelost, there's a crack in everything, en Raymi zelf thuis regelmatig afgerost wordt, en als je hem als de koning te rijk behandelt, hij een schitterend baasje blijkt, en er zelden iets groeit in bittere aarde, zijn we ondertussen terug vrienden. 
Zo gaat dat.




Vermits mijn ouders 28 jaar geleden een laatste kind kochten, en ik sinds de zomer dat we samen stiekem een sigaretje gingen roken in de tuin het enorm goed met hem weet te treffen, en vermits hij hoe dan ook toch in Peru moest zijn voor een artistiek klimaat project in Lima, besloot m'n bloedeigen broer, Jozef, me een weekje te verheugen met een bezoek, hetgeen een bron van vreugde was. Vermits Cusco in het midden van de Heilige Vallei van de Inca's ligt en vermits we allebei liever op een brommer dan een bus zitten, dit wegens het voelen van wind op het voorhoofd, huurden we ook daadwerkelijk een brommer en voelden we ons Easy Riders. 
Vermits we enerzijds onze verantwoordelijkheid wilden nemen maar anderzijds ook broers blijven, begonnen we pas de tweede dag een piepbeetje ruzie te maken en te racen. 
Zo gaat dat.


Vermits ik dezer dagen het geniale boek Slaughterhouse 5 van Kurt Vonnegut aan het (her)lezen ben, en vermits de man hierin heel vaak de zin "zo gaat dat" schrijft, meer bepaald telkens iemand de pijp uitgaat, en vermits het me daarnet bij het naar beneden komen van de Christus in de regen een goed idee leek om dit ook te gebruiken, en vermits de Wet van Oorzaak en Gevolg toch wel een kanjer van een wet is en dat dit wel eens expliciet vermeld mag worden, besloot ik elke alinea met Zo Gaat Dat af te sluiten. 
Zo gaat dat.


Reizen

Het reizen, in de zin van rondtrekken en nieuwe uitheemse ervaringen scoren, zit er voor mij zo goed als op (nog wat lummelen in Lima niet nagesproken) en het lijkt me dan ook geen slecht moment om enkele bevindingen ten aanzien van de Levensvorm Reizen in kaart te brengen. 

Al zou het gelogen zijn te stellen dat iemand me hier ook expliciet om vraagt. 




We zouden samen met Wittgenstein urenlang kunnen discussiëren over de term reizen, wat die inhoudt en of de epische proporties die het in dit postmoderne en geglobaliseerde tijdperk toegemeten krijgt (alsof het een hogere, belangrijkere vorm van zijn is, alsof het je dieper bij de (de!) waarheid brengt, alsof het je hoe dan ook- en wel tot in je diepste poriën verrijkt), (nog) steek houden. 

Maar deze heikele kelk zullen we vanavond grotendeels rustig aan ons laten voorbij gaan, dit wegens het geselen van andere katten.  

Echter, wat mij betreft: slachten dat gouden kalf, begraven die heilige graal. Reizen, we moeten er niet te veel over weglullen, is eigenlijk onverantwoord simpel. Je stapt in een vliegtuig en komt, wegens de wet van oorzaak en gevolg, logischerwijze in een nieuwe omgeving terecht. Die is enerzijds anders en onbekend, maar anderzijds ook niet zo onbekend want er blijken evengoed Mc Donalds en lesbiennes te zijn, je kan er evengoed pizza's vreten of Champions League voetbalwedstrijden bekijken. Allemaal een doodlogisch gevolg van de globalisering en het feit dat je mits wat geld en een gunstig paspoort op 24 uur zo ongeveer overal ter wereld kan zijn. 

Over geld gesproken: dat blijkt plots veel meer waard dan thuis waardoor je plots veel meer spullen en dus ook comfort kan kopen, hetgeen de epiek van reizen nog verder doet afbrokkelen. Verder is sinds het digitale tijdperk ook iedereen bereikbaar, waar je maar wil, wanneer je maar wil, dus dat betekent vaak ook vanuit een godvergeten pampa met een onuitspreekbare naam aan de andere kant van de bol, van waaruit je doodleuk met je moeder een eind weg kan kletsen over de inheemse eetgewoonten, je je vriend-de-dokter kan consulteren over een verdachte zwelling op je kuit (mja, misschien inderdaad gewoon muggen) en met je broer instant moppen met nuancerende smileys kan maken. Tenzij je de puritein gaat uithangen (niet doen!) is het onthemende aspect van reizen sinds een poosje dus ook al lelijk naar de vissen. 

En tenslotte besef je, hangend in die luxueuze zetel, een muisklik verwijderd van vele mogelijkheden en omringd door mogelijk iedereen, dat je ook nog eens op elk moment weer weg kan, of verder kan, of stomweg terug kan, terug naar je nest. En dat je hiervoor geen propvolle, half-kapseizende Somalische boot in moet, of een Texaanse dorre woestijn met schietgrage rednecks door moet, of een kolkende rivier of een muur met glasscherven over moet. Niets daarvan, want je hebt een gouden paspoort.




Dus, vandaar de stelling dat over reizen wat mij betreft niet teveel weggeluld worden. 

In het beste geval verruimt het je blik een beetje, relativeert het enige zaken, maar dat kan evengoed gezegd worden van het verzorgen van je demente grootmoeder, caloriearme pudding met bosvruchten klaarmaken voor je dansclub of de godganse dag het voortplantingsgedrag van rode mieren in een aquarium bestuderen. 

Het gevolg van een open mind behoort, volgens mij, uiteraard volgens mij, dus allerminst tot het alleenrecht van reizen.

Bovendien kom je in elk hostel ook dezelfde types tegen. 

En hoewel ik weet dat je niet mag generaliseren (ook niet elke nazi was een slecht mens, weet je wel) zal ik in wat volgt deze sofistische semi-wijsheid even op Siberische wijze aan m'n laars lappen (we mogen het generaliseren ook niet veralgemenen) en eens lekker ongenuanceerd weg generaliseren, waarbij ik slechts hopen kan dat ik niet bruuskeer


Het onderwerp van de karikatuur is de reiziger, die epische figuur die op een dieper, een juister niveau (haha) leeft en wéét waar het om draait.

Dit ten bate van de gemeenschap, en voor zij die er helaas niet bij konden zijn.





De reiziger in 17 prachtige prototypes

1) de kerel die denkt dat het een origineel idee is om zijn baard te laten staan gedurende zijn trip
Blind voor enige zelfreflectie, aldus geen oog hebbend voor het niet bijster originele aspect van het idee, flirtend met potsierlijkheid. Drager van een zonnebril en een Engels accent dat zich ondanks verwoede integrerende pogingen niet laat verhullen.

2) het ontgoochelde Franse koppel
Praten enkel met elkaar. Vaak in een kille pruillipsfeer waarbij de houterige man in hemd met korte mouwen de schuld voor de koude douche van zijn verbitterde princesse voor de goede vrede ridderlijk maar met bange ogen op zich lijkt te willen nemen, tu saix, over een kleine week zijn ze alweer in Parijs.  

3) het lesbische Hollandse koppel
Praten ook eerder met elkaar, dit wegens een wantrouwen in de algehele mensheid. Elke blik wordt geïnterpreteerd op de Schaal van Kritiek en mannen zijn sowieso te mijden. 

4) de gast op blote voeten
Immer minzaam glimlachend, oprecht menend dat aarde en aarding twee zijden van dezelfde medaille (Der puurheid? Der waarheid? Joost mag het weten) zijn. Zal net wanneer je moe begint te worden en even niet op je hoede bent, hierover armbreed beginnen uitweiden, je op je schouder kloppen, je broeder noemen, hierbij de wankele theorieën en groteske symbolen niet schuwend. Oppassen met bijvragen.

5) het zotte meisje
Toont je zonder gène haar kersverse piercing op een indiscrete plaats zonder dat je daarvoor echt vragende partij was. Draagt 1 esthetisch onverantwoorde rastavlecht die vloekt met de rest van haar kapsel en gaat doorgaans gehuld in lange gewaden. Doorloopt de vier seizoenen der emoties in een tijdspanne van enkele uren. Zal op onbetamelijke momenten een hysterisch gilletje slaken, je meteen bij aankomst al een louche bijnaam geven en al vanaf de vroege namiddag met glazige ogen nippen aan een glas rum, zichzelf overtuigend dat het oké is zo, dat het beter is zo.

6) het vuile meisje
Less is more, dus hoe minder er gedoucht moet worden, hoe minder kleren er meegezeuld moeten worden, hoe beter. Hoe puurder ook, hoe echter. Zal heel vaak een zin beginnen met "wij in het westen".

7) de Hollander op de motto door Latijns-Amerika
Met een zweem van avontuurlijkheid en het geld van zijn bedrijfsbonussen Che Guevara achterna, technische termen spuiend waarvan hij weet dat de anderen ze niet kennen, en hieraan een superieur gevoel ontlenend.
(als metafoor val ik hier half onder)

8) de Duitser die liever niet voor onaangename verassingen wil komen te staan
Zal elke gelegenheid te baat nemen om de reisgids er nog eens op na te slaan, zal twee maal bij jou naar het exacte tijdstip van de ophaaltaxi informeren en zal indien deze niet meteen opdaagt, dit op culturele flessen trekken, hierbij veelbetekenend met de ogen rollend, ervan uitgaand dat je hem gelijk geeft, moet geven.

9) de Australiër die schreeuwt als hij praat en dit niet doorheeft
Hierbij te pas en te onpas het predicaat fucking gebruikend, recht evenredig met de tot zich genomen hoeveelheid alcohol.

10) de stille jongen die een geschreven dagboek en aantekeningen bijhoudt
Met sluik haar, dat half voor zijn ogen hangt, en als je vraagt wat hij daar zo zit te doen in een hoekje, even kucht en zijn zin met "Wel euh..." of "Oh euh..." begint.
(ik val hier half onder)

11) de losgeslagen Israëli's
Net vrijgelaten na een jaar het heilige land beschermd te hebben tegen een vijandige wereld, nog propvol adrenaline maar plots geconfronteerd met het ontbreken van discipline of regels, en dat alles in een spotgoedkoop land. Al blijft waakzaamheid geboden en iedereen verdacht, maar daar wordt niet meer om gemaald, dat hoort erbij, dat is nooit anders geweest.  

12) de Amerikaanse yuppie die een huis bezit in het land van herkomst
Brengt de helft van zijn dag door met het bellen naar andere yuppie-vrienden vanaf het laatste model van zijn I-phone, belt hen actief op, heeft het vooral over geld, surfen en doing pretty well.

13) de man die al te lang aan het reizen is
Maak je niets meer wijs. Zal zeker niet als eerste beginnen babbelen, heeft er intussen geen moeite meer mee om het slechtste te vermoeden van de inheemse bevolking, die hem, van zodra hij zich inschikkelijk toont, in het zak zal zetten. Slaapt al lang niet meer in dormitoriums. Lijkt naar huis te willen, maar om één of andere reden zit dit er niet in. 

14) de man met dure fleece en lelijke sandalen
Zal beamen dat het zeker niet goedkoop is zo'n fleece, dat niet, maar je vol vuur wijzen op het feit dat het je wel lekker warm houdt, zelfs tot min veertig, iets wat van die Ecuadoraanse rommel hier niet gezegd kan worden. Hierop zal je het lef ontberen op te werpen dat het geen min veertig wordt op de vulkaan in kwestie. Zal het daarna triomfantelijk hebben over de korting die hij via zijn neef wist te verkrijgen op de jack. De sandalen zijn boven elke discussie verheven. 

15) de vrouw van middelbare leeftijd op zoek naar zichzelf
Zal gedesillusioneerde zuchten slaken van zodra ze zich op Facebook aanmeldt en draagt een veelkleurig gehaakte rugzak vanuit de lokale santenkraam. Wordt enthousiast van zodra je de zinsnede "ik wil" bovenhaalt, vooral als je de ik wat benadrukt, als blijk van zelfbeschikking, het heft hup in eigen handen, en zal je hierbij toeknikken alsof ze je op een heel diep niveau helemaal begrijpt, ze zal het ook zo zeggen, ik begrijp je, iets waarvan je niet weet of het je angst dan wel sympathie moet inboezemen.

16) de kerel die het niet erg vindt om zijn T-shirt uit te doen
Dit niet alleen om zijn torso maar ook zijn vele tattoos te onthullen, waarvan 1 een Chinees teken behept dat "moeilijk vertaalbaar is, maar bij ons ongeveer zou neerkomen op het woord wijsheid".

17) de Argentijnse hippies
Te herkennen aan hun zeer lange haar dat langs overal (dus ook de oksels) uitpuilt, munten omdraaiend, macramébandjes knopend, kettingen van energievolle schelpen en oorbellen van helende stenen verkopend op/aan de straatstenen om zo de volgende dag te kunnen voortreizen en hun doktersdiploma nog even te vergeten, de schaamte voorbij, onderwijl ritmisch begeleid door het eentonige getokkel van de hiertoe speciaal vrijgestelde in de verte turende en marihuana wegpaffende muzikant, die na een stonde het lef zal hebben om met de hoed rond te gaan bij de hoofdschuddende locals.

18) de ket die denkt onder geen enkele van bovenstaande categorieën te vallen - of toch niet volledig
(hier val ik volledig onder)

Enzovoort enzovoort en zo voort. En. Zo. Voort.

PS: Allemaal niet waar hoor.









Volkorenbrood

Toen ik 10 was en na de zomer in het 6de leerjaar bij juf Annemie belandde, moesten we op 1 september vertellen over onze vakantie. Een meisje, haar naam is me met de jaren ontglipt, vertelde over haar vakantie op Cuba. Ze zei dat het er bijna altijd zonnig was geweest, maar ook af en toe had geregend, maar dat dat niet erg was, je kon nog altijd alles doen want het was daar warme regen

Warme regen. Ik hoorde het aan met grote ogen. Had het niet meer. Warme. Regen. Het klonk als een droom, een onmogelijkheid die waar kon worden, maar dus enkel op Cuba. Ik was meteen stikjaloers, zag mezelf al zwemmen in de warme regens van tropische landen en wou dat ik ook over een vakantie kon vertellen met warme regen, maar in Frankrijk noch Kessel-Lo had het die zomer warm geregend.

(ondertussen, terwijl ik dit neerschrijf, maakt mijn hart af en toe een sprongetje, dit aangezien er buiten lui vuurwerk zijn beginnen af te knallen, waarschijnlijk ter ere van één of andere louche Ecuadoriaanse heilige) 

Het is vreemd hoe ons geheugen werkt. Welke gaatjes blijven? Welke gaan weg? Welke openen zich plots? In welke gaatjes kan je duiken, jezelf even verliezen in een (on)mogelijke wereld?

Vandaag, toen ik door de regen fietste, herinnerde ik ineens de magische warme regen van het meisje op de eerste schooldag van het 6de leerjaar. Dat gebeurde toen ik besefte dat de regen waarin ik aan het fietsen was, eigenlijk nog best meeviel qua temperatuur


De regen was warm (en dus een tikkeltje magisch) en de bergen steil en hierdoor werd het onderscheid, de grens tussen het vocht van mijn zwetende lichaam en de regen opgeheven. Met andere woorden: ik wist niet meer wat van mij was en wat uit de lucht op mij was komen vallen. De grens was vervaagd, verdampt. 


Grenzen oversteken of grenzen die vanzelf oplossen. Het lijkt te doen vermoeden dat grenzen misschien niet altijd grenzen hoeven te zijn. Dat je ze soms, misschien, ook wat naast je kan neerleggen. 

I wanna walk up the side op the mountain
I wanna walk down the other side of the mountain
I wanna swim in the river and lie in the sun 
I wanna try to be nice to everyone.

Grandaddy zong toevallig (of niet toevallig, maar volgens mijn persoonlijke geloofsovertuigingen eerder wel toevallig) dit liedje in mijn koptelefoon terwijl ik deze dingen fietsend zowat zat te overpeinzen. 

Al stootte ik na 100 kilometer wel op mijn grens. 
Of beter gezegd: ik besloot me bij de grens van het gezond verstand en de uitputting neer te leggen. Want het idee om vanuit het hooggelegen Banos naar het Amazonistische (woord zelf verzonnen) Puyo te fietsen en terug (2x 61 kilometer) was eigenlijk te geschift voor woorden. Het was eigenlijk van God los. Maar omdat ik op dit continent vooralsnog niet te veel impulsieve onbesuisdheden had ondernomen, wilde ik deze ochtend, de extra rode bloedcellen vanuit Quito indachtig, deze handschoen opnemen. En het tragische was, het tragische is: ik was er deze ochtend, in de warme regen, echt van overtuigd dat ik in mijn louche en veel te steile expeditie zou slagen. 

Maar toen ik na 100 kilometer lichtjes begon te zwalpen en op het punt stond vreemde beestjes te beginnen zien, gaf tenslotte ook mijn trotse koppigheid de pijp aan Maarten en hield ik een pick-up aan, een rit waarvoor de sympathiek eigenaar me 30 minuten later in het zak zette maar wat donderde het. 100 is ook mooi. 






Verder heb ik de afgelopen 24 uur:

- Een frisse Amerikaanse knar van 74 ontmoet aan de uitgang van de thermale baden hier wat verder, die sinds 7 jaar het reizen met de rugzak ontdekt heeft, iets wat voor de val van het Ijzeren Gordijn niet mogelijk was, for Christ' sake

- Ontbeten met een Fransman die me liet weten dat meisjes uit Parijs geen katjes zijn om zonder handschoenen aan te pakken. 

- Overwogen om mijn rugzak te naaien (het hengsel, of hoe noem je zo'n ding, is kapot)

- Een sudoku van niveau 11 die naar zijn einde toe liep alsnog weten te verprutsen, en overwogen om hiertoe tip-ex te kopen om van voor af aan te kunnen herbeginnen.

- Mijn eerste volkorenbrood van Latijns-Amerika gegeten, al bezit ik niet de ambitie dat dit gegeven iemand ook maar een lor zou moeten kunnen schelen. 

- Beseft dat het lummelen stilaan voorbij is en dat ik over een week aan de slag ga, en wil gaan, in Peru.